17. jan, 2012

Tekst

Cochleair implantaat

Wat is een CI ?

Cochleair implantaat (CI)

Een cochleair implantaat (in het Engels: cochleair implant) is een klein elektronisch toestel dat doven en zeer ernstig slechthorenden in staat stelt geluiden weer waar te nemen. Een cochleair implantaat wordt, zoals de naam al suggereert, chirurgisch geïmplanteerd onder de huid. Door de aangedane delen van het oor te omzeilen (de defecte haarcellen in het slakkenhuis) en via stroompulsjes de hoorzenuwen te stimuleren zijn zeer ernstig slechthorenden weer in staat geluiden op te vangen.

 Hoe werkt een cochleair implantaat?    

 

1. Spraakprocessor: de uitwendige spraakprocessor vangt het geluid op en zet het om in digitale signalen.

2. Digitale signalen: de processor zendt de digitale signalen door de naar het inwendige implantaat.

3. Elektrodenbundel: het inwendige implantaat zet de gecodeerde signalen om in elektrische energie en stuurt deze naar de elektrodenbundel in het slakkenhuis.

4. Gehoorzenuw: elektroden omzeilen de beschadigde haarcellen om de gehoorzenuw direkt te stimuleren.

Hoe werkt het natuurlijke gehoor?

 



1. Gehoorgang: het geluid gaat door de gehoorgang en raakt het trommelvlies.

2. Trommelvlies en oorbeentjes: door de geluidsgolven gaat het trommelvlies trillen en komen de oorbeentjes in het middenoor in beweging.

3.
Slakkenhuis: Hierdoor wordt de vloeistof in de cochlea in beweging gebracht, die dan op haar beurt de haarcellen doet bewegen.

4. Gehoorzenuw: de haarcellen zetten deze beweging om in elektrische impulsen, die naar de gehoorzenuw in de hersenen worden gezonden: u hoort geluid.

Hoe werkt een Spraakprocessor het uitwendige apparaat van de CI?

Allereerst wordt het geluid opgevangen door een apparaat dat lijkt op een achter-het-oor hoortoestel. Dat heet een Spraakprocessor!
In onderstaande afbeeldingen staan drie voorbeelden afgebeeld op volgorde; ESPrit 3G spraakprocessor van Cochlear, De Freedom spraakprocessor van Cochlear, en de Auria spraakprocessor van Advanced Bionics.

    

Dit deel wordt achter het oor gedragen. In dit apparaat wordt spraak en andere geluiden door middel van een microfoon opgevangen en op een zo optimale mogelijke manier bewerkt en omgezet in een elektrisch signaal. Vanuit het achter het oor gedragen apparaat loopt een draadje met aan het eind een zendspoel.
Deze spoel bevindt zich op het hoofd en zit met een magneet vast aan de ontvanger die vlak onder de huid is geimplanteerd. De ontvanger ontvangt vervolgens de door de zendspoel uitgezonden FM-signalen (radiogolven).

Voor wie is een cochleair implantaat bedoeld?

Om in aanmerking te komen voor een cochleair implantaat dienen allereerst beide oren doof of zeer ernstig slechthorend te zijn. Verder geldt voor volwassenen en oudere kinderen dat zij in de eerste levensjaren een normale spraaktaalontwikkeling hebben doorgemaakt en pas daarna aan beide oren een zeer ernstig gehoorverlies hebben gekregen of doof zijn geraakt. Ook jonge kinderen die doof of zeer ernstig slechthorend zijn geboren komen in aanmerking. Bij deze groep is het van belang dat de implantatie zo snel als mogelijk plaatsvindt. Dit houdt in de praktijk in dat dit het implantaat tussen het tweede en vierde levensjaar wordt geplaatst.
Slechthorenden met een matig gehoorverlies komen niet in aanmerking voor een cochleair implantaat, omdat zij met een regulier hoortoestel voldoende kunnen worden geholpen.

Het proces naar een cochleair implantaat

Voor de operatie

De patiënt die in aanmerking wil komen voor een cochleair implantaat komt in Nederland terecht bij een van de 8 implantatiecentra (zie bij CI centra). Allereerst wordt de patiënt uitgebreid geïnformeerd over cochleaire implantaten en wordt gekeken wat met eventuele hoortoestellen tot nu toe bereikt is. Er volgen op het audiologisch centrum uitgebreide audiologische tests zoals een bera onderzoek en gesprekken met een psycholoog, maatschappelijk werker, logopedist en KNO-arts. Vaak worden er speciale scans uitgevoerd zoals een CT scan of MRI scan. Met de CT (computerized tomography) scan wordt gekeken of de cochlea (het slakkenhuis) een normale vorm heeft, en met de MRI (magnetic resonance imaging) scan wordt gekeken naar het zachte weefsel zoals delen van het midden- en binnenoor.
Het gesprek met de psycholoog is ervoor om te bepalen of de patiënt voldoende gemotiveerd is om het rehabilitatie traject in te gaan.

De operatie

Het doel van de chirurgische procedure is het implanteren van de inwendige onderdelen van het systeem, meer specifiek de elektrode en de implantaatelektronica. De hermetisch verzegelde elektronica wordt onderhuids in het slaapbeen achter het oor geplaatst en de elektrode wordt in het slakkenhuis gebracht.

Wat gebeurt er tijdens de operatie?

Meestal wordt net voor de ingreep een klein stuk van de hoofdhuid achter en boven het te implanteren oor geschoren,om de kans op infectie zo klein mogelijk te houden. Het haar groeit na de operatie op natuurlijke manier terug. Tijdens de operatie wordt het inwendige deel van de CI (o.a. ontvangstspoel, magneet en elektroden) in de schedel aangebracht. Hiervoor wordt de huid achter het oor opgelicht en een opening in het bot geboord die de chirurg via het middenoor toegang moet geven tot de cochlea. In de wand van de cochlea brengt de chirurg vervolgens een klein gaatje aan (diameter ca 1,5 mm), waardoor de elektrodebundel voorzichtig naar binnen kan worden geschoven.
Tenslotte wordt het ontvangstgedeelte van de CI geplaatst in een tijden de
operatie uitgefreesde verdieping in het schedelbot achter het oor, zodat het na het dichthechten van de huid niet meer kan verschuiven. Overigens zal in de loop van de maanden na operatie rondom dit deel van het implantaat bindweefsel ontstaan, dat definitief verhindert dat één en ander kan wegglijden of verschuiven. De operatie vindt plaats onder algehele verdoving en duurt twee tot vijf uur. De risico’s zijn dezelfde als van andere ingrepen die onder volledige verdoving gebeuren.
Normaal gezien kunt u na één dag al uit bed en mag u rondwandelen. Enkele dagen later mag u het ziekenhuis verlaten. De hechtingen worden ongeveer één week na de ingreep verwijderd.

Welk oor wordt geopereerd?

Er wordt altijd maar één van beide oren geïmplanteerd. Welke van beide oren wordt geopereerd hangt van een groot aantal factoren af, zoals bijvoorbeeld de duur van doofheid of de functie van het evenwichtsorgaan per oor. De factoren die de uiteindelijke keuze van het te opereren oor bepalen zullen per persoon verschillen.

Intra-operatieve onderzoeken

In de loop van de operatie zullen enkele onderzoeken worden afgenomen met als doel te kijken of het implantaat goed functioneert. Daarnaast zijn enkele onderzoeken bedoeld om een eerste grove indruk te krijgen van de mate waarin het auditief systeem via het implantaat elektrisch kan worden gestimuleerd.

Na de operatie

Wanneer de patiënt na de ingreep ontwaakt zal deze zich enige tijd in een speciale "uitslaap" kamer bevinden totdat de narcose is uitgewerkt. Soms kan de patient wat duizelig of verward zijn, een raar gevoel in zijn maag hebben of last van een zere keel hebben. Een dag na de operatie wordt meestal reeds het hoofdverband verwijderd en de hechtingen een week erna.
De meeste patiënten voelen zich na de operatie vaak goed genoeg om dagelijkse bezigheden uit te voeren. Het gebied waarin geopereerd is heeft zo'n 3 tot 5 weken nodig om goed te helen en om alle zwellingen terug te brengen.
Ongeveer 3 tot 6 weken na de operatie wordt het implantaat aangezet. Het mag duidelijk zijn dat dit een heel bijzonder moment voor de patiënt is.

Proefaansluiting

Bij het verwijderen van het verband en de hechtingen - ongeveer 1 week na de operatie – wordt de CI kort aangesloten. Met deze proefaansluiting willen we u allereerst laten ervaren dat het implantaat werkt. Bovendien krijgt u dan vast een eerste indruk hoe geluid via de CI gaat klinken, zodat u zich met reële verwachtingen kunt instellen op de revalidatieperiode.

Follow-up

Na operatie volgt een herstelperiode van 4 - 6 weken waarin de wond de kans krijgt te genezen. In deze periode zult u regelmatig terugkomen voor controle bij één van onze KNO-artsen (poliklinisch), zodat deze kan beoordelen of het genezingsproces naar wens verloopt. Het spreekt voor zich dat u in deze periode enige voorzichtigheid moet betrachten, omdat het bindweefsel nog niet om de processor en de elektrode zit en de wond de tijd moet krijgen voor een goede genezing. Activiteiten waarbij een kans op klappen tegen de schedel bestaat (skateboarden, inclineer skating, koppen bij voetbal, etc) moeten worden vermeden. Ook in en om het huis uitkijken, dat je je hoofd niet stoot waar de CI gelegen is.
Voor de meeste patiënten zal dit betekenen dat alle dagelijkse bezigheden gewoon kunnen worden hervat. Pas na deze periode van 6 weken volgt de aanpassing van het externe gedeelte van de CI, waaronder de spraakprocessor. Pas dan zult u met de CI geluiden gaan waarnemen en zal de revalidatie van start gaan.  

De eerste aanpassing en training

Nadat het genezingsproces voltooid is zal de audioloog de eerste aanpassing van het implantaat doen en het achter-het-oor gedeelte met de geluidsprocessor programmeren overeenkomstig de individuele eisen van de patiënt. Er wordt nagegaan welke geluiden de patiënt hoort en de patiënt leert tevens om te gaan met zijn nieuwe apparatuur. Als het even kan wordt ook een gezins-, familielid, vriend of goede kennis bij de uitleg over de werking van de achter-het-oor geluidsprocessor betrokken.
Na de eerste afstelling volgen een groot aantal trainingsessies. Immers het opnieuw of juist voor het eerst leren spreken, horen en verstaan kan een intensief proces zijn. De hersenen moeten leren omgaan met de nieuwe informatie en leren onderscheid maken tussen geluiden die variëren in intensiteit en frequentie.

(Re-)Habilitatie

De volwassen patiënt zijn rehabilitatieprogramma zal onder meer bestaan uit het opdoen van luisterervaringen en het ontwikkelen van luistervaardigheden. Leden van het CI-team zullen de patiënt handvatten aanreiken om de gewenning aan het CI-systeem te bevorderen. Zo kan hardop lezen, het luisteren naar boeken op CD terwijl de patiënt tegelijkertijd meeleest en het luisteren naar de radio en tv, onderdeel uitmaken van het rehabilitatieproces.
Wanneer de patiënt langere tijd niet gehoord heeft, wordt door het CI-team een speciaal auditief ontwikkelingsprogramma gemaakt. In dit programma zal de patiënt aangemoedigd worden spraak en omgevingsgeluiden te leren herkennen, geluiden meer en meer voor communicatie te gebruiken en zal de patiënt en zijn omgeving technieken aangeleerd krijgen die de communicatie vergemakkelijken.
Bij kinderen worden de ouders en onderwijzers betrokken in het proces om het kind meer en meer het implantaat te laten gebruiken voor communicatie en zo langzamerhand de visuele communicatie te verminderen. De hoortoestel fabrikant Oticon heeft voor kinderen een speciale CD-ROM waarmee zij geluiden op een speelse manier kunnen leren. Als u belangstelling heeft voor deze CD ROM dan kunt u deze tegen betaling bestellen (020 545 57 80).

Hoe ver is de ontwikkeling van de CI?

De eerste cochleaire implantaten werden in 1977 geplaatst in Los Angeles in de VS. Sindsdien produceren meerdere fabrikanten deze apparatuur en in vele klinieken zijn deze implantaten geplaatst. Inmiddels zijn er meer dan 40.000 CI's aangebracht over de hele wereld.

Aanvankelijk was men zeer terughoudend met het plaatsen van een CI omdat het resultaat van het horen onzeker was en men ook niet wist hoe de implantaten zich op de lange duur zouden houden. In het begin (jaren 80) vonden de geïmplanteerden de resultaten weliswaar zeer bevredigend (men hoorde weer wat), maar het spraakverstaan was nog matig. Door een goede samenwerking tussen fabrikanten van de apparatuur, wetenschappers die ideeën hadden hoe de signalen beter verwerkt konden worden en klinieken die zorgvuldig bestudeerden wat er bij hun patiënten aan de hand was en welke resultaten behaald werden, konden snel verbeteringen gerealiseerd worden.

De ontwikkelingen zullen zeker nog enige tijd doorgaan, ook wat betreft het kleiner worden van de kastjes voor signaalbewerking. Verder zal de kwaliteit door het gebruik van digitale technieken waarschijnlijk verder verbeteren. Om dit mogelijk te maken zal bij iemand die een implantaat heeft gekregen, vaak nader onderzoek worden uitgevoerd.

 

 De geluiden klinken heel anders

Met een implantaat in de cochlea (het slakkenhuis) kunnen doven weer geluiden waarnemen. Maar deze geluiden klinken heel anders dan wij gewend zijn. Het gevolg is dat, als het implantaat wordt aangezet, vaak niet meteen spraak kan worden verstaan. Met veel oefening moet eerst betekenis van geluiden opnieuw geleerd worden. Zo wordt geleerd spraakklanken en woorden te onderscheiden om uiteindelijk weer te verstaan. Dit proces verloopt niet voor iedereen even snel. Sommigen bereiken in dagen hetzelfde waar anderen in maanden voor nodig hebben. Dit is moeilijk vooraf in te schatten, maar over het algemeen helpt het als de herinnering aan spraak nog recent is en de doofheid van relatief korte duur.

Wat hoor je met een CI

Op deze Engelstalige website van de Universiteit van Texas en Dallas, is het voor een goedhorende mogelijk te horen wat iemand met/via een Cochleaire Implant hoort.
Beslist de moeite waard om een idee van het horen met CI te krijgen! Klik op "Listening Demos"
Op deze website zijn ook demo's te beluisteren.